Christiaan Gies, Kies

Ahnentafel - quartiers - pedigree   Stammtafel - généalogie - family tree   



 
(Christianus) geboren te Camberg 65520 op 27 mei 1748 doopgetuigen: Christiano Glasener en Maria Catharina Wonerin, RK gedoopt overleden te Schiedam op 21 april 1823 (vlg. overlijdensakte nr 113) (Oude Kerkhof), zoon van Johannes Jacobus Gies en Maria Cathannea
Een kopie van het deel van het doopboek dat de doop beschrijft is hieronder opgenomen. Camberg, doopboek blz 386, 29 mei 1748

De Latijnse tekst van deze doopakte luidt, voor zover leesbaar, als volgt:
(Joanni Jacobs Gies en Schwick: et Maria Catharina _____ natus est 27 Maij et 29 venatis Christianus suscep: Christiano Glasener et Maria Catharina Wonerin)

Vrij vertaald komt dit neer op het volgende:
Johannes Jacobus Gies uit Schwickershausen en Maria Catharina dochter van Jacobus
geboren op 27 mei, gedoopt op 29 mei Christianus
getuigen: Christiano Glasener en Maria Catharina Wonerin.



HOLLANDG8k5NGEREI



Vanaf het jaar 1700 ging het slecht met de Nederlandse economie. Boeren kregen steeds minder voor hun gewassen, de armoede werd nijpend en tegelijkertijd groeide het aantal inwoners in ons land. Heel lang was Schiedam een vissersplaats. Daar komt verandering in wanneer de reders zich gaan toeleggen op het distilleren van drank. De jeneverindustrie komt van de grond en als in Schiedam op grote schaal branderijen worden gevestigd, weigert de oorspronkelijke vissersbevolking in die vieze, bedompte en ongezonde ruimten te gaan werken. Het gevolg is dat de in hoofdzaak rooms-katholieke gastarbeiders uit Duitsland het vuile werk komen doen.
Honderd jeneverstokerijen met samen ruim honderdtachtig ketels produceren in 1744 het grootste deel van de Nederlandse korenwijn. De kolen werden uit Engeland en Schotland ingevoerd, omdat de Hollandse turf niet voldoende rendement opleverde voor wie echt grote hoeveelheden wilde stoken. zakkendragershuisje in Schiedam

Deze economische ontwikkelingen maakten de komst van nieuwe arbeiders naar Schiedam dringend gewenst. Ze kwamen uit Chaam en Roosendaal, Dinter en Waalwijk, Hannover en Munster, zelfs uit Nassau en Mecklenburg. Er was een enkele lutheraan bij, maar de meesten waren rooms-katholiek, afkomstig uit een streek waar de reformatie nooit had toegeslagen. Onder hen was ook Christiaan Gies.

CHRISTIAAN GIES IN SCHIEDAM



Als Christiaan Gies in Schiedam aankomt, is het voor hem niet makkelijk om de Schiedamse stadsrechten te krijgen. Het stijgend aantal immigranten zorgt voor een stijgend aantal inwoners in Schiedam waar niet iedereen blij mee is. Dit mag blijken uit bepalingen als: "geen uijtheemse, vreemde, onbekende en geringe Persoonen van buijten zonder admissie" mogen worden toegelaten en "verhuurders van woningen kamers en kelders, en de gene, die binnen dese Stad Herberg houden off slapers logeeren" krijgen de strikte verplichting om hun logés en huurders aan de wijkmeesters op te geven. Schiedam, ondertrouwakte uit het stadstrouwboek (DTB724)

In 1783 wordt hij volgens het stadstrouwboek van Schiedam nog Gies genoemd en wordt Camberg in het hertogdom Nassau (geschreven als Nasfau) vermeld als zijn geboorteplaats.
Daar, in het "arme" gebied rond Camberg waar het ambacht van brander en distillateur niet onbekend is, staat Schiedam bekend als stad waar fortuin valt te maken. camberg in 1862


In grote getale komen ze aan het eind van de 18e eeuw dan ook naar Schiedam: boerenknechten, dagloners en brandersgezellen, aangelokt door de verhalen van familieleden die in Schiedam tot "welstand" zijn gekomen.
Ondanks het feit dat hij reeds vóór 1783 in Schiedam aankwam, duurt het nog tot 1804 eer hij stadsrechten verwerft. admissie-register 2902 dd 8 september 1804

Volgens register van akte van admissie kwam Christiaan Kies in Schiedam zonder akte op 8 september 1804. Zonder akte, wil zeggen dat hij niet in het bezit was van een akte van indemniteit. Zo'n akte zorgde ervoor dat niet de armenzorg van de plaats waar een persoon zich vestigde, in dit geval dus Schiedam, ingeval van het tot armoede geraken van de nieuwe ingezetene, aansprakelijk gesteld werd voor diens onderhoud maar de plaats van herkomst. Mocht Christiaan dus tot de armoede vervallen dan was de armenzorg van Camberg niet aansprakelijk voor zijn onderhoud en kon hij niet zondermeer gedwongen worden naar zijn geboorteplaats terug te gaan.

Hij vindt werk als zakkendrager bij één van de branderijen. Zijn werk bestaat hoofdzakelijk uit het sjouwen van zakken graanmeel van de brandersmolen naar de branderij. zakkendragers


KIES OF GIES?



Waar zijn broers en zus; Sebastianus, Pieter en Maria terecht komen is nog onbekend. Mogelijk dat zij in Camberg achterbleven. Terwijl Christiaan zich vanaf dat moment Kies gaat noemen, is het waarschijnlijk dat zij de naam Gies aanhouden. Wanneer zij als doopgetuige optreden wordt echter consequent de naam Kies genoteerd, iets wat zijn oorzaak kan vinden in het feit dat Christiaan zich Kies noemt en dat bij het opstellen van de geboorteakte de naam van de familieleden ook als Kies wordt genoteerd.
Zijn eerste zoon wordt tijdens de doopplechtigheid in 1784 ingeschreven onder de naam Kies. Ook zijn twee dochters die worden geboren in 1785 en 1787 krijgen de naam Kies. Enkele jaren later in 1790 wordt bij de doopplechtigheid van Johannes Henricus Kies in eerste instantie, mogelijk per vergissing, eerst de naam Gies in het doopboek ingeschreven. Later wordt dit veranderd in Kies, zoals hieronder duidelijk zichtbaar is. doopakte dd 23 december 1790

Een misverstand is dat familienamen pas zijn ingevoerd in 1811 op last van keizer Napoleon. Dit is onzin. Vooral in Holland is het gebruik van familienamen reeds in de 17e eeuw heel algemeen en vrijwel elke familie bedient zich ervan. De namen stonden echter nog niet vast. Ook was het niet ongebruikelijk dat de naam naar eigen goeddunken werd gewijzigd. Van een wettelijke regeling was immers op dat gebied nog geen sprake. Zo kon het voorkomen dat twee broers uit hetzelfde gezin een andere toenaam of familienaam gebruikten. Of de vader een andere naam gebruikte dan de zoon of deze zelfs geheel wegliet. Na de inlijving bij Frankrijk werden in Nederland de Franse wetten van kracht. Bij decreet van 18 augustus 1811 moesten allen die nog geen vaste familienaam of voornaam hadden, er een aannemen en de reeds bestaande geslachtsnamen werden gefixeerd.

Christiaan is op 11 augustus 1822 aanwezig als getuige bij het huwelijk tussen zijn zoon Pieter Kies en Johanna Maria Lindeman. Hij kan niet schrijven en dus die huwelijksakte niet mede ondertekenen. Dat hij niet kan schrijven blijkt ook wanneer hij op 8 juni 1812, samen met Jan Hendrik Broekman, aangifte doet van het overlijden van zijn tweede vrouw Agatha Nars, maar alleen Jan Hendrik de akte ondertekent.

Een mogelijkheid waarmee rekening gehouden moet worden, is dat namen door de pastoor of klerk op het gehoor werden opgeschreven en veelal fonetisch gespeld. Voor namen die veelvuldig in bepaalde gebieden voorkomen zal dat niet veel problemen hebben opgeleverd. Met nieuwe (en vreemde) namen had men meer moeite.

WAAR VERBLEVEN DE BROERS EN ZUSTER VAN CHRISTIAAN?



Alle kinderen van Christiaan Kies en Maria Geertrui Broekman zijn Rooms Katholiek gedoopt. Bij enkele doopplechtigheden zijn één van de broers en/of de zus van Christiaan aanwezig als doopgetuige. In vrijwel alle gevallen heeft het kind dat wordt gedoopt dezelfde voornaam als de getuige. Bij de doop van Petrus Kies is Petrus Kies getuige. Bij de doop van Sebastianus Kies is Sebastianus Kies getuige. Tenslotte is Maria Kies getuige bij de doop van Elisabeth Kies.
Gebruikelijk in die tijd was het om kinderen zo snel mogelijk na de geboorte te dopen. Immers ongeveer de helft van de kinderen stierf op jonge leeftijd. Voor de getuigen en familieleden is er dan ook niet veel tijd om ver te reizen.
Een geboortebericht naar Camberg sturen nam zeker enige dagen in beslag. En de postkoets tussen Duitsland en Nederland welke via Camberg naar de Nederlandse kust reed, deed er ongetwijfeld ruim een week over om in Schiedam te komen. Het is dus niet logisch te veronderstellen dat familieleden voor een doopplechtigheid snel naar Schiedam kwamen. Meer voor de hand ligt de gedachte, dat ook zij, net als Christiaan, in Nederland woonden ten tijde van de doopplechtigheden. Dit wordt ondersteund door het feit dat in Camberg na de geboorte van Christiaan, Sebastianus, Petrus en Maria, alleen nog het overlijden van Jakobina Gies op 24 september 1808 en van Wilhelm Kasper Gies op 28 mei 1816 te vinden is.
Bij de doop van Sebastianus wordt als doopgetuige naast zijn oom Sebastianus ook Catharina Kies genoemd. Deze Catharina is niet in het doopregister van Camberg te vinden. De doopplechtigheid vond plaats in januari 1784. In diezelfde tijd woont er een Catharina Kies (130000) te Rotterdam. Zij is afkomstig uit Frankfurt. Het is echter niet zeker dat het hier om dezelfde vrouw gaat. Het is ook goed mogelijk dat hier Catharina Gies-Schmitt (10018), de tweede vrouw van Johannes Jacobus, bedoeld wordt.

VERDER ONDERZOEK NAAR DE VERBLIJFPLAATS VAN MARIA, PETRUS EN SEBASTIANUS



De naam Gies komt in Schiedam niet meer voor nadat Christiaan onder die naam in het huwelijk trad met Maria Geertrui Broekman. Onderzoek hiernaar over de periode 1811 tot 1850 toont aan dat er daarna nooit meer een persoon met de naam Gies in Schiedam heeft gewoond, er geen kinderen met de naam Gies zijn geboren, geen huwelijken onder de naam Gies zijn gesloten en er geen Gies is overleden.

Eenzelfde onderzoek heb ik gedaan in de plaatsen rondom Schiedam. Echter zonder resultaat. De volgende stap was het verzamelen van gegevens van alle personen in Nederland met de naam Gies. Er ontstond zodoende een overzicht van plaatsen waar momenteel de naam Gies veel voorkomt. Al deze groepen zijn vervolgens één voor een teruggevolgd naar de oudste stamvader. Geen enkele keer bleek er een relatie met de gezochte Maria, Petrus en Sebastianus.
Eind september 1999 heb ik besloten een advertentie te plaatsen in verschillende genealogische tijdschriften. Het is wachten op een reactie.

HET DAGELIJKS LEVEN IN SCHIEDAM



Door de komst van de Duitse arbeiders verandert Schiedam van een overwegend protestants vissersstadje in een katholieke stad. Ook de vooruitgang in de gedistilleerd-industrie begint haar stempel op het uiterlijk van de stad te drukken. Er verschijnen steeds meer branderijen, mouterijen en distilleerderijen waardoor een deel van de stad al snel zwart ziet van de industrie. Dat die economische vooruitgang niet voor iedereen geldt, blijkt uit het feit dat nog vele nazaten van Christiaan Kies tot de Schiedamse brandersbuurt veroordeeld zullen blijven, waar de leefomstandigheden verre van comfortabel zijn. brandersbuurt

Riolering en waterleiding schitteren er door afwezigheid en besmettelijke ziekten hebben alle kans toe te slaan. Om op de been te blijven wordt bovendien wel eens vaker naar de jeneverfles gegrepen dan verantwoord is.
Bovendien is het werk in een moutwijnbranderij enorm zwaar en de arbeidsomstandigheden laten veel te wensen over. arbeiders in de gedistilleerd-industrie

De Duitse gastarbeiders moeten voor een laag loon hun gezondheid in de waagschaal stellen. Vrijwel alles in de branderij gebeurt namelijk met handkracht. Vooral het tillen van het graanmeel en het roeren van het beslag zijn karweitjes die het uiterste vergen van de spierkracht van de arbeiders. De lange werktijden maken het werk nog zwaarder; veertien uur per dag is geen uitzondering, en ook op zaterdag en een deel van de zondag wordt er gewerkt.

GODSDIENST



Ondanks het feit dat hij zelf roomskatholiek is, trouwt Christiaan de eerste keer met een vrouw die lid is van de Evangelisch Lutherse gemeente en ook de tweede keer met een vrouw die niet katholiek is. Desalniettemin worden alle kinderen roomskatholiek gedoopt.
Dit beeld van verdraagzaamheid is slechts schijn ofwel een uitzondering, want er zijn veel tekenen die erop wijzen dat de onderlinge verstandhouding in Schiedam, zeker van hervormden en katholieken, soms weinig prettig is. Men kan zeker niet zeggen, dat het bestaan van een tegenstelling tussen katholieken en hervormden in deze tijd een specifiek Schiedams verschijnsel was. Overal, en zeker in het westen van het land, moesten de hervormden wennen aan het feit dat Nederland geen protestantse natie is en deden van de andere kant de katholieken zeker niet alles wat mogelijk was om gevoeligheden van de "tegenpartij" te ontzien.
Voor de doorsnee-Schiedammer is de strijd om het dagelijkse brood, zelfs in de jaren dat het in de moutwijnindustrie en dus in heel Schiedam goed gaat, echter veel belangrijker dan de godsdienstige tegenstellingen.

BUITENECHTELIJK KIND



Eind december 1795 overlijdt Christiaans eerste vrouw. Erg lang heeft de rouwperiode van Christiaan niet geduurd. Reeds een jaar later, op 29 december 1796, wordt, Wilhelmina, het eerste kind van hem en zijn tweede vrouw geboren. Dit terwijl het tweede huwelijk zelf pas in september van datzelfde jaar werd gesloten.
Alhoewel akten en documenten met betrekking tot de geboorte en doop van een kind, als wettig worden beschouwd, blijft het natuurlijk altijd de vraag of deze documenten juist zijn en de waarheid bevatten. In de overgrote meerderheid van de gevallen zal dat wel zo zijn maar het gebeurde (gebeurt) natuurlijk ook dat een kind toch niet van de wettige vader is. Kinderen die vóór het huwelijk geboren worden, worden veelal bij het aangaan van het huwelijk erkend en gewettigd. De huwelijkspartner wordt hierdoor de wettige vader maar behoeft niet de natuurlijke (echte/biologische) vader te zijn. Slechts zelden wordt een buitenechtelijk kind al bij de geboorte door de vader erkend. De vroedvrouw verleende vroeger slechts haar assistentie bij de geboorte nadat de aanstaande moeder van een buitenechtelijk kind de naam van de vader had genoemd. In zo'n geval is in het doopboek bijvoorbeeld de zinsnede te vinden: "waarvan gezegd wordt vader te zijn" of de aantekening dat het kind "in onecht" werd "geteeld" terwijl toch de vader wordt vermeld.
Bij de doop van Wilhelmina wordt Christiaan Kies als vader vermeld. Dit ondanks het feit dat welliswaar de geboorte van Wilhelmina binnen het huwelijk maar de verwekking buiten het huwelijk heeft plaatsgevonden. Een dergelijk kind, dat voor het huwelijk door een toekomstig echtpaar wordt verwekt werden speelkinderen genoemd. Los van de vraag of Christiaan de natuurlijke vader is, wordt gesteld dat binnen een huwelijk geboren "onecht" kind automatisch wordt beschouwd als zijnde van de echtgenoot tenzij deze officieel het vaderschap ontkent.

OVERLIJDEN



Christiaan overlijdt te Schiedam op 19 april 1823 volgens overlijdensakte nr 113. Hiervan wordt twee dagen later aangifte gedaan door zijn zoon Pieter Kies en zijn schoonzoon Paulus van Katwijk: | | "Op heden den Een en twintigsten April des jaars achttienhonderd drie en twintig, compareerden voor mij Cornelis Heereman, President Burgemeester der stad Schiedam: Pieter Kies, oud drie en twintig jaren, brandersknecht en Paulus van Katwijk, oud zes en dertig jaren, molenaarsknecht, beide wonende alhier, zijnde zoon en schoonzoon van den na te melden overledenen: welke mij verklaard hebben dat Christiaan Kies, oud vijf en zeventig jaren en elf maanden, brandersknecht, wonende alhier, laatst weduwnaar van Agatha Nars, zoon van Johannes Jacobus Kies en Maria Cathannae, beide mede overleden; is overleden den negentienden dezer maand des avonds ten zes uren in het huis staande aan het oude kerkhof alhier, wijk E, no 181; en hebben de declaranten na gedane voorlezing de tegenwoordige acte met mij getekend. De akte is getekend door Pieter Kies, Paulus van Katwijk en de President Burgemeester C. Heereman".
had geen beroep arbeider te Schiedam in juni 1812 (vlg. overlijdensakte nr 160 van Agatha Nars te Schiedam dd. 8-6-1812), hij heeft geen beroep in 1807 en 1822
Woonplaats: te Camberg 65520 (geboorte) in 1748, te Schiedam in 1783, te Schiedam (huwelijk) in 1783, te Schiedam (2e huwelijk) in 1796, te Schiedam aan het Broersveld op nr 120 van 1806 tot juni 1812, te Schiedam aan het Broersveld op nr 626 in 1813 Click to enlarge broersveld

hier overlijdt zijn dochter Anthonia (10103) in mei 1813, te Schiedam aan het Oude Kerkhof op nr 181 in april 1823, in Duitsland in het hertogdom Nassau en te Schiedam (overlijden) in 1823

huwde 1e keer te Schiedam op 6 juli 1783 (ondertrouw 21-6-1783 te Schiedam vlg DTB 724. Getuige: Dirk Ophof, "zijn goede bekende" en Henrdik Broekman) met Maria Geertrui Broekman.
Uit deze relatie de volgende kinderen:
 
Sebastianus Kies
Maria Johanna Kies
Cornelia Kies
Joannes Henricus Kies
Petrus Kies
Joannes Antonius Kies

huwde 2e keer te Schiedam op 25 september 1796 (vlg. huwelijksakte nr OR 725) (ondertrouw 1-9-1796 (stadstrouwboek 25-9-1796 en OR 725) getuigen bij het huwelijk zijn Maria en Gijsberta Collignon) met Agatha Nars.
Uit deze relatie de volgende kinderen:
 
Pieter Kies
Wilhelmina Kies
Joannes Coenrades Kies
Elisabeth Kies
Antonia Kies
Christina Kies
Adriana Kies